Interview met Bill Peterson – Willynwood Kennel

Interview met Bill Peterson – Willynwood Kennel

Temperament Comes First!

Bill Peterson en familie

Willynwood Kennels is eigendom van en wordt gerund door William F. Peterson, een verantwoordelijke fokker van Amerikaanse staffordshireterriërs met meer dan 50 jaar ervaring binnen het ras. Hun focus ligt op temperament, exterieur en structurele soundness. Zij zijn lid van de Staffordshire Terrier Club of America. Sinds 1960 streeft Willynwood ernaar de ultieme Amerikaanse staffordshireterriër te fokken, gekenmerkt door een combinatie van echt rastype en een ideaal temperament. In hun meer dan 50 jaar fokervaring met Amerikaanse staffordshireterriërs hebben zij het geluk gehad vele kampioenen voort te brengen, waaronder specialty winners. Elke combinatie die zij maken, wordt gedaan met de intentie een nóg betere hond te fokken. Het allerbelangrijkst is echter om nooit te vergeten dat iedere hond iemands gezinslid zal zijn, dus hun belangrijkste overweging is temperament. Ze zijn er trots op honden te fokken die prettig zijn om mee te leven, gemakkelijk te trainen zijn en “winnaars” zijn voor hun gezinnen, zelfs als ze nooit een hondenshow bezoeken.

Meneer Peterson, u bent in 1960 met uw kennel begonnen, hoe is het allemaal begonnen?
Ik heb altijd van honden gehouden en wilde al op zeer jonge leeftijd hondenfokker worden. Mijn eerste ras was de Dobermann. Ik kocht een teef van uitstekende kwaliteit van een beroemde en succesvolle Duitse fokker, en bij haar eerste loopsheid sprong ze over het hek, rende de weg op en werd door een auto aangereden en gedood. Terwijl ik herstelde van deze schokkende ervaring en geld opzijzette voor een andere goede Dobermann, kwam één van mijn vrienden langs met een American (pit) Bull Terrier pup. Ik was zó onder de indruk van die pup dat ik een nestgenoot nam, en zo begon de liefde.

In die tijd sponsorde de UKC geen hondenshows en als ik mijn honden wilde showen, moest ik overstappen op de AKC-geregistreerde Staffordshire Terrier. (“American” werd in 1971 aan de naam toegevoegd.) Mijn eerste AKC-honden kwamen van Ike en Jean Stinson van Crusader Kennels, aangeraden door mijn vriend en mentor Arthur G. Jones, fokker van enkele tophonden uit die tijd, waaronder CH. Jones Gay One Roxie. De Stinsons fokten en bezaten enkele van de beste honden van het ras in die tijd, waaronder drie Champions uit één nest: CH. Knight Bomber, CH. Knight Patroller en CH. Knight Crusader, meervoudig winnaar van de STCA National Specialty Show.

Ch. Willynwood Storm Trooper
Ch. Willynwood Storm Trooper

Wanneer mensen uw website bezoeken, zien ze als eerste: “Temperament comes first”. Wat ziet u het liefst, kijkend naar het temperament van een AmStaff en wat trok u het meest aan in dit ras?
Veel eigenschappen maken ons ras bijzonder, waaronder de duidelijke grote kracht voor het formaat, de grote variatie in kleuren, veelzijdigheid, atletisch vermogen en bovenal het unieke temperament, dat een duidelijke zelfverzekerdheid en gevoel voor humor omvat, en natuurlijk het allerbelangrijkste onderdeel van een correct temperament: de aangeboren liefde voor en tolerantie van mensen, vooral kinderen.

Zonder dit rotsvaste, betrouwbare temperament is de mooiste hond waardeloos.

Wat is uw favoriete hond aller tijden en waarom?
Mijn favoriete hond aller tijden is de hond die mij motiveert om door te gaan als fokker van Amerikaanse staffordshireterriërs. Die hond is 54 jaar oud en leeft als een beeld in mijn hoofd dat ik ooit hoop werkelijkheid te zien worden. Ik zal van die hond houden zoals ik van al mijn honden heb gehouden. Als de weg eindigt vóór de bestemming bereikt is, heb ik oprecht genoten van de reis.

MBISS INTL Ch. Willynwood Redneck
MBISS INTL Ch. Willynwood Redneck

Welke verbetering hebt u het ras gebracht vergeleken met de AmStaff van 50 à 60 jaar geleden?
Ik zou niet beweren dat ik persoonlijk een specifieke verbetering aan het ras heb gebracht, maar ik heb mijn best gedaan om de honden die ik fok voortdurend te verbeteren, altijd met mijn doel voor ogen: het ideaal zoeken zoals beschreven in de rasstandaard. Ons ras heeft altijd een grotere variatie in “type” gehad dan veel andere, maar er is nu meer uniformiteit dan toen ik begon, met de trend richting de meer bully honden. Men moet ervoor waken de “Terrier” in de honden te behouden en ze niet te laten veranderen in mastiffs.

Welke verschillen ziet u tussen AmStaffs gefokt in Europa en AmStaffs gefokt in de Verenigde Staten?
Toen het ras populair begon te worden in Europa en veel nieuwe fokkers ermee begonnen, was het percentage honden dat aan de rasstandaard voldeed hoger dan het nu is. Dat kwam waarschijnlijk doordat men de rasstandaard meer volgde als leidraad bij de selectie van fokdieren. Met de toename van fokkers en het aantal honden dat werd geshowd, gebeurde in Europa hetzelfde als in de VS. Veel fokkers lieten zich meer beïnvloeden door de honden die wonnen op shows dan door de specifieke eisen van de standaard, zodat ik nu weinig verschil zie in de gemiddelde kwaliteit van buitenlandse of Amerikaanse honden. Ik geloof echter wel dat er in Europa meer werkelijk grootse voorbeelden van het ras lijken te zijn.

U fokt nu al meer dan 50 jaar en overal ter wereld zijn Willynwood nakomelingen te vinden. Heeft u nog verdere doelen?
Ja, die heb ik. En die doelen zijn nog steeds dezelfde als altijd: blijven proberen het perfecte voorbeeld van het ras te fokken.

Ch. Willynwood Storm Trooper
Ch. Willynwood Storm Trooper

In Nederland staan AmStaffs en hun look-a-likes vaak negatief in het nieuws vanwege bijtincidenten met andere honden of mensen. Sommige autoriteiten willen de fok en het houden van deze “vechthonden” controleren met speciale wetgeving. Wat vindt u daarvan en hoe is dat geregeld in de VS?
In de VS is er altijd een vorm van publieke druk geweest om een groep hondenrassen die door sommigen als gevaarlijk worden beschouwd, te controleren of te elimineren. Door de jaren heen is algemeen erkend dat deze regels om vele redenen niet werken, waarbij handhaving bovenaan de lijst staat. De tendens is nu om rasspecifieke wetgeving te vermijden en te focussen op het gedrag van het individu en niet van een heel ras.

Maakt u zich zorgen over gezondheid of temperament van het ras in de toekomst? En zo ja, waarover?
Ons ras heeft in vergelijking met de meeste andere rassen een geschiedenis van minder gezondheids- en temperamentproblemen, en dat moet zo blijven.

Met al uw jaren ervaring in het fokken, welke suggesties heeft u voor jonge AmStaff fokkers?
Het belangrijkste advies dat ik fokkers kan geven, is dat zij de rasstandaard leren. We hebben een zeer goede standaard. Die is in de jaren 30 geschreven door een groep ervaren en wijze fokkers en is nooit veranderd. Een verantwoordelijke fokker moet de rasstandaard kennen en begrijpen en alleen honden fokken die eraan voldoen. Helaas wijkt een hoog percentage van wat de topvoorbeelden van het ras zouden moeten zijn, dus honden die in de showring winnen en populair zijn als fokdieren, op veel belangrijke punten af van de rasstandaard.

Hoe gebeurt dit? Komt het doordat keurmeesters onbekwaam zijn? Soms is dat zo. Maar fokkers en exposanten dragen de verantwoordelijkheid om te weten wat correct is en zulke voorbeelden aan te bieden. Als er geen echt standaardconform individu wordt gepresenteerd, leidt dat ertoe dat een winnaar wordt gekozen die niet aan de standaard voldoet. Dat veroorzaakt de ongewenste mutatie van het ras, en dat proces is op meerdere belangrijke onderdelen van de hond al gaande.

Veel voorkomende winnaars missen de correcte toplijn en met een foutieve toplijn wordt de hele hond negatief beïnvloed, omdat de constructie van de hele hond samenhangt met de onderdelen die de toplijn vormen: de nek en de aansluiting met hoofd en schouders, de rug en de overgang naar het kruis, en de correcte staartaanzet en staartdracht. Als de toplijn fout is, kan de rest van de hond niet goed zijn. Het woord “topline” wordt niet letterlijk gebruikt in de standaard, maar het wordt wel duidelijk omschreven: “back fairly short, slightly sloping from withers to rump with gentle short slope at rump to base of tail” (de staart moet laag aangezet zijn en niet rechtop of over de rug gedragen worden). Geen enkel deel van de toplijn mag vlak zijn. Het is een reeks van hellingen, zoals gedefinieerd in de standaard.

De standaard vraagt om goed ontwikkelde kaken met een sterke onderkaak, strak aansluitende lippen en geen losheid. Te veel honden falen hier met zwakke onderkaken, gebrek aan kin en losse, hangende lippen.

Een andere veelvoorkomende fout is een incorrecte frontconstructie, met schouders die onvoldoende schuinte hebben en een korte bovenarm (humerus). Dit veroorzaakt een dip in de toplijn en verhindert correcte en efficiënte beweging. Ook achterhanden die te sterk of juist te weinig gehoekt zijn, komen vaak voor.

Ch. Willynwood Rockefeller
Ch. Willynwood Rockefeller

Dit zijn slechts enkele veel voorkomende afwijkingen van de rasstandaard. Er zijn er veel meer. De ergste is het ontbreken van het correcte gelukkige, vriendelijke, mensgerichte temperament. Dat moet altijd op de eerste plaats komen en zichtbaar zijn. Ik ben nooit een voorstander geweest van het wijdverbreide gebruik van aas om de hond zó te focussen dat hij als bevroren lijkt, en niet “keenly alive to his surroundings” zoals de standaard vraagt. Sterker nog, ik gebruikte zelden aas in de ring, om verschillende redenen. Ik wilde dat mijn hond op een natuurlijke manier werd getoond en liet zien dat hij “keenly alive to his surroundings” was en niet gefixeerd op een stukje voer. Bovendien houd ik er niet van om die vieze spullen in mijn zak te hebben of in mijn mond te stoppen. Soms liet mijn hond zijn “keenly aliveness” zien door op te springen en het gezicht van de keurmeester te likken en dan had ik waarschijnlijk een “keenly alive” verliezer. Een gelukkig midden is wenselijk; het sleutelwoord is “happy”. Maak nooit excuses voor een verlegen of anderszins incorrect temperament. Temperament is in grote mate erfelijk, dus gebruik alleen honden met een goed temperament in uw fokprogramma.

Soms heb ik in gesprekken met andere fokkers over de kwaliteit van honden en afwijkingen van de rasstandaard gehoord dat zij zulke niet-conforme honden goedpraten met de opmerking: “Dit is het type dat ik mooi vind.” Die houding is niet aanvaardbaar. De standaard geldt voor alle voorbeelden van het ras, of ze nu meer bully of meer terrier zijn. Een verantwoordelijke fokker zijn betekent niet dat je bewust afwijkingen van de standaard verdedigt.

Wij willen meneer Bill Peterson hartelijk danken voor zijn medewerking en openheid in dit interview. Wij wensen hem alle goeds voor de toekomst!

Gebaseerd op een interview gepubliceerd in het ASTCH clubblad (jaargang 29, editie 4, 2014), pagina 20-22.

Lees het originele artikel (pagina 20, alleen voor leden).
Bill Peterson, USA, Willynwood Kennel Interview