Rashond van de maand: American Staffordshire Terrier
Tot ondergang gedoemd?
Gebaseerd op het artikel "Rashond van de maand: American Staffordshire Terrier", gepubliceerd in Hondenmanieren, jaargang 5, nummer 8-9, 2001.
Er is momenteel veel te doen over de American Staffordshire. Het lijkt erop dat het ras, tezamen met drie andere rassen, door de Nederlandse overheid veroordeeld wordt tot uitsterven. Gezien het roemruchte verleden van de Am Staff, hebben we dan ook geaarzeld of we de hond tot ras van de maand moesten maken. Het laatste wat we willen is olie op het vuur gooien. De American Staffordshire Terrier beschikt echter over een ruim aantal zeer positieve eigenschappen waarover je nooit in de kranten leest. Het ras is speels, goed te trainen, zeer sociaalvaardig naar mensen en erg trouw aan de baas. En dat zijn punten die ook wel eens belicht mogen worden.
Tekst: Jolien Schat
Foto's: Dhr. Wil de Veer

Historie
De American Staffordshire Terrier heeft twee totaal verschillende hondentypen aan zijn wieg staan. Aan de ene kant nakomelingen van de vroege molossers: grote, sterke, beheerste honden, wier taken varieerden van trekhond tot oorlogshond. Aan de andere kant de diverse leden van de groep terriers: vrijwel allemaal felle en zeer vasthoudende jagers, die zowel op als onder de grond werden gebruikt.
Uit de molossers ontstonden in Engeland de Bullebijters of Bulldoggen. Deze honden werden, ter lering en vermaak van de adel en het gewone volk, onder andere gebruikt in gevechten tegen stieren. De viervoeters stonden bekend om hun vasthoudendheid. Als ze zich eenmaal in een stier hadden vastgebeten, lieten ze onder geen beding meer los.
Aan deze ‘sport’ kwam een einde toen het Britse parlement in 1935 besloot het vechten met honden te verbieden. Niet alleen de gevechten van hond tegen stier, maar ook die van hond tegen hond. Het volk liet zich echter niet zomaar zijn pretjes afnemen. De sport verdween in de illegaliteit en verplaatste zich meer en meer naar gevechten tussen honden onderling.
De Bulldog was daar echter niet de meest geschikte hond voor; hij was te zwaar en te weinig beweeglijk. Daarom begon men op een gegeven moment de honden te kruisen met diverse soorten terriers. Doel hiervan was om snellere, slankere honden te verkrijgen, die meer actie lieten zien. Welke terriers men gebruikt heeft om dit doel te bereiken is niet helemaal duidelijk. Er wordt aangenomen dat de Black and Tan Terrier, de Foxterrier en de English White Terrier (een inmiddels verdwenen ras) hun steentje hebben bijgedragen. De kruisingen die hieruit ontstonden hebben lang onder allerlei namen bekend gestaan, maar ontvingen uiteindelijk de naam Staffordshire Bull Terrier.

Vanaf ongeveer het jaar 1850 brachten Engelse en Ierse emigranten deze Bull and Terrier kruisingen mee naar de Verenigde Staten en daar begon men een eigen draai te geven aan het fokken met deze honden. Er ontstond verschil in type; de honden werden zwaarder en stonden ook hoger op de poten. Dit resulteerde in het feit dat in 1898 ene Mr. Bennett de eerste exemplaren van een nieuw ras kon tonen. Echt sprake van uniformiteit was er toen echter nog niet en de honden kregen wederom verschillende namen toebedeeld. Zo hebben ze onder andere bekend gestaan als American Pit-Bull Terrier en Yankee Terrier. Ook in het land van de onbeperkte mogelijkheden werden deze honden in eerste instantie nog volop misbruikt in de vechtring, maar daarnaast kregen ze taken toebedeeld als het hoeden van vee en het bewaken van huis en haard. Net voor het begin van de twintigste eeuw ging een aantal fokkers zich echter steeds meer toeleggen op het fokken van honden met een eenvormig uiterlijk, waarbij de vechterskwaliteiten meer en meer naar de achtergrond werden verdrongen.
Er is enige tijd wat verwarring geweest rond het ras, voortgekomen uit het feit dat er in Amerika verschillende registrerende instanties waren. De United Kennel Club registreerde het ras bijvoorbeeld onder de naam Pit Bull Terrier. Duidelijkheid ontstond er pas in 1936. Voorgegaan door de Britse Kennel Club, die in 1935 de Staffordshire Bull Terrier erkende, werd op 10 juni 1937 de Staffordshire Terrier door de American Kennel Club erkend als officieel ras. Tezelfdertijd werd ook de rasstandaard goedgekeurd. De eerste hond die geregistreerd werd was overigens de hond “Pete”, bekend uit de oude zwart-wit televisieserie “De Boefjes”, waar hij het troeteldier was van een aantal kleine straatjochies. Later, in 1972, werd de naam van de Staffordshire Terrier gewijzigd in American Staffordshire Terrier, omdat er nogal eens sprake was van verwarring met zijn Engelse broertje de Staffordshire Bull-Terrier. In Nederland verscheen de eerste American Staffordshire Terrier pas in 1983.
Dat de American Staffordshire Terrier - of Am Staff, zoals hij door liefhebbers wordt genoemd - een roemrucht verleden heeft, wil niet zeggen dat hij een agressieve vechtjas is. Vanaf 1935 worden deze honden al niet meer gebruikt voor hondengevechten en heeft men zich toegelegd op de selectie van goede en vredelievender eigenschappen. Daarnaast is de hond, ook in het verleden, nooit gefokt op agressief gedrag naar mensen. Sterker nog, omdat men in de pit (vechtring) gewoon naast de honden moest kunnen staan, is de Am Staff naar mensen altijd zeer sociaal geweest. Per slot van rekening kon men niet riskeren zelf een paar flinke knauwen op te lopen. Helaas hanteert de Nederlandse overheid, totaal niet gehinderd door enige kennis van zaken, de norm eens een dief, altijd een dief. Zij willen de American Staffordshire Terrier, tezamen met drie andere rassen, langzaam laten uitsterven. Tot die tijd moeten de nog levende exemplaren kort aangelijnd en gemuilkorfd worden. De kinderen zullen moeten boeten voor de zonden van de vaderen, ook al waren die zonden nog zo lang geleden. Maar ook dat is in Nederland geen onbekend verschijnsel. Vraag maar aan de kroonprins.
Gezondheid en verzorging
Hoewel ze niet echt stokoud worden, behoren de American Staffordshires over het algemeen tot een gezond ras. Voorkomende kwalen zijn heupdysplasie en in toenemende mate problemen met de knieën en kniegewrichten. De Am Staff stelt geen hoge eisen aan zijn verzorging. Hij heeft een glad aanliggende vacht, die tevreden is met een regelmatige borstelbeurt met een rubberen noppenborstel. In de ruiperiode zal er uiteraard een paar keer extra geborsteld moeten worden, want de stekelige haren van de Am Staff kunnen bij sommige mensen irritatie van de huid opwekken. Om de hond lekker te laten glimmen kan hij afgewreven worden met een vochtige zeemleren lap.

Uiterlijk
De American Staffordshire Terrier is een stoere, robuuste hond met een atletisch gebouwd, gespierd lichaam. De algemene indruk die de hond geeft is er één van grote kracht en onverzettelijkheid. Een soort bodybuilder onder de honden dus. Het ras is enigszins gedrongen van bouw en mag in geen geval lange benen en een te slank silhouet hebben. De schofthoogte van de hond is voor reuen 45,7 tot 48,3 cm en voor teven 43,2 tot 45,7 cm. Het gewicht ligt rond de twintig kilo. American Staffordshire Terriers kunnen in vrijwel iedere kleurslag voorkomen, al zijn de meeste donker gestroomd, wit met zwart gevlekt, en geel of rood met witte aftekening. Er zijn wel kleuren die minder gewenst zijn, zoals black and tan en geheel wit. De vacht is kort en dicht aanliggend. Het opvallendste kenmerk van het hoofd zijn de zeer duidelijk aanwezige wangspieren en de oren die niet helemaal lijken te weten of ze nu moeten gaan staan of gaan hangen, een zogenaamd (half) rozenoor of prikoor.
Gedrag
Laten we maar direct met de deur in huis vallen: een American Staffordshire Terrier is geen hond voor beginners. En al helemaal niet voor egotrippers en macho’s die de hond alleen maar willen vanwege zijn vermeende reputatie en zijn stoere uiterlijk. Dat de hond in het verleden is misbruikt voor gevechten wil helemaal niet zeggen dat we nog steeds met een woesteling te maken hebben. Het is echter wel zaak om Am Staffs van jongs af aan heel goed te socialiseren. Ze willen namelijk wel eens wat dominante trekjes vertonen naar andere honden, met name de reuen. Mede daarom is het zaak ze goed op te voeden en al vroeg te trainen, zodat de honden als ze eenmaal volwassen zijn voor 200 procent onder controle van hun baas staan. Ten koste van alles moet een eerste gevecht met andere honden vermeden worden. Dat opvoeden hoeft overigens niet al te veel problemen op te leveren, want de Am Staff is intelligent genoeg en leert in sneltreinvaart. Zonder direct hard te zijn is het zaak altijd op je strepen te blijven staan en de hond geen ruimte te geven te veel eigen initiatieven te ontplooien. Wat hun baas aangaat zijn ze nogal gevoelig: een boos woord en een strenge blik doen vaak al een heleboel. Blijf autoritair, maar pak hem niet op een fysieke manier hard aan. Omdat de hond vrij hard voor zichzelf is, zal dit weinig of zelfs een averechts effect hebben. Een met zorg opgevoede Am Staff is een hond met een hoge emotionele stabiliteit, die slechts in uitzonderingsgevallen nerveus of angstig gedrag vertoont.

Op het gebied van trainen is er veel wat je met deze honden kunt doen. Ze zijn geschikt voor G&G, behendigheid en UV. In Amerika zijn er zelfs Am Staffs die dienst doen als blindengeleidehond en als therapydog. En ook dichter bij huis, in Maastricht, loopt een werkende blindengeleide-Am Staff. Onder geen beding mag een Am Staff getraind worden als verdedigingshond. Gelukkig zijn de meeste verenigingen zo verstandig om hun handen hier niet aan te branden. Het is ook niet nodig, want de Am Staff is waaks van nature en behoorlijk territoriaal ingesteld. Wee de inbreker die ’s nachts uw spulletjes denkt weg te slepen….
Het voorgaande houdt overigens niet in dat de Am Staff niet goed met mensen om zou kunnen gaan. Het tegendeel is waar. Hij is in de omgang met mensen een zeer sociale en gezellige hond. Zeker voor zijn eigen familie kan het een ware schoothond zijn, die het heerlijk vindt om gezellig met de baas op de bank te hangen. De meeste gaan ook met kinderen goed om, al kunnen ze voor jonge kinderen wel wat te onstuimig van aard zijn. Uiteraard geldt voor deze hond, net als voor alle andere honden, dat er altijd toezicht moet zijn op de omgang tussen hond en kind en dat ze nooit alleen gelaten mogen worden.

De American Staffordshire Terrier is een vrij beweeglijke hond die behoefte heeft aan een ruime mate van beweging. Als hij goed onder appèl staat en zich niet bemoeit met andere honden kan dat los gebeuren, maar anders is rennen naast de fiets een goed alternatief. Sommige Am Staffs zijn ook dol op zwemmen. Daarnaast zijn ze vrijwel allemaal erg speels en gek op actieve spelletjes. Leer ze wel van pup af aan dat ze in hun spel niet in mensen mogen bijten, want daarvoor zijn hun kaken veel te sterk en daar kan ons tere velletje nou eenmaal niet tegen. Een beter alternatief is hem een flostouw of een balletje te geven. Zorg in ieder geval voor voldoende kauwmateriaal, niet alleen op jonge leeftijd maar ook later. Iedere hond heeft een bepaalde kauwbehoefte en als daaraan niet tegemoet wordt gekomen, heeft de gemiddelde American Staffordshire Terrier er geen enkele moeite mee om binnen enkele minuten de salontafel om te vormen tot een grote berg tandenstokers. Brengt de hond regelmatig tijd in de tuin door, houd er dan rekening mee dat er verwoede gravers tussen zitten, een overblijfsel van de voorouderlijke terriers. Het is ook geen slecht idee om een goed afsluitbaar hek om de tuin te plaatsen. Niet zozeer om mensen tegen de hond te beschermen, maar om de hond te beschermen tegen onwetende mensen. Helaas is het zo, met dank aan de media en de overheid, dat er momenteel mensen zijn die vreemde dingen uithalen met in hun ogen agressieve vechthonden. Niet alleen met de Am Staff, maar ook met bijvoorbeeld de Rottweiler, waarvan er al meldingen zijn binnengekomen dat er moedwillig met auto’s op honden ingereden werd. Als de plannen van de overheid in ongewijzigde vorm doorgang vinden, dan is de American Staffordshire Terrier in Nederland over minder dan twee decennia alleen nog maar op foto’s te bewonderen. Dan bestaat dit robuuste ras hier niet meer. Dan is hij, onverdiend en onterecht, uitgeroeid. Aan alle kanten wordt geprobeerd deze onzalige onheilsboodschap te keren. Helaas kan de gemiddelde eigenaar er niet zo heel veel tegen doen. Behalve zijn verantwoordelijkheid nemen en een voorbeeld stellen. Neem geen Am Staff zonder terdege op de hoogte te zijn van zijn aard en zorg voor een uitstekende opvoeding en begeleiding van de hond. Laat de wereld zien dat American Staffordshire Terriers eerlijke en betrouwbare honden zijn! Ze verdienen het.
Rasstandaard
Oren:
De oren zijn kort en hoog geplaatst. Ze worden gedragen als zogenaamde prikoren. Een geheel hangend of geheel staand oor is fout.
Ogen:
De ogen zijn donker en rond, liggen diep in de schedel en staan ver uit elkaar.
Neus:
De neus is duidelijk zwart.

Hoofd:
Het hoofd is middelgroot, ovaal diep met een brede schedel. Er is een duidelijke stop en de wangspieren zijn zeer uitgesproken aanwezig.
Mond en gebit:
Sterke kaken met sluitende lippen. De tanden vormen een schaargebit.
Hals:
De hals is zwaar en licht gebogen. Hij loopt taps toe, van de schouders naar de achterkant van de schedel, en is van middelmatige lengte.
Benen:
De voorbenen zijn recht met een groot rond ‘bone’. Ze zijn wijd uit elkaar geplaatst en recht naast de borst gezet. De achterhand is goed gespierd en gehoekt en mag niet naar binnen of naar buiten draaien.
Lichaam:
De schouders zijn sterk, met ruime en hellende schouderbladen. De rug is tamelijk kort en licht hellend vanaf de schoft. De lendenen vallen een weinig naar binnen. De ribben zijn goed gewelfd. De schofthoogte voor reuen is 45,7 tot 48,3 cm en voor teven 43,2 tot 45,7 cm.
Voeten:
De voeten zijn compact en niet al te groot.
Staart:
De staart is kort in verhouding tot de grootte van de hond. Hij is laag aangezet en loopt toe in een fijne punt.

Vacht:
De vacht is kort en strak en voelt hard aan. Iedere kleur, egaal, gedeeltelijk of geheel gevlekt, is toegestaan. Geheel wit of meer dan 80% wit, black and tan en leverkleur moet echter niet worden aangemoedigd.
Gangwerk:
Het gangwerk is veerkrachtig, zonder rollen of telgang.