Komende evenementen

Geen evenementen

MAG Test

Overgang van MAG- naar TOP-test?

De MAG-test zal vooralsnog gehandhaaft blijven en NIET worden vervangen voor de zogenaamde TOP-test welke de Raad van Beheer momenteel in ontwikkeling heeft. Indien men met de pilot versie van de TOP-test heeft meegedaan en de hond geslaagd is, voldoet men NIET aan het huidige fokregelement en zal alsnog de MAG-test moeten worden afgelegd om stambomen voor een gepland nestje te kunnen verkrijgen.

 

Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag (MAG-test)

Let op, pas wanneer de hond 18 maanden of ouder is kan men deelnemen aan de MAG-test. (Kijk voor de MAG-test uitslagen onderaan deze pagina!)

Test onderdelen

A) Testonderdelen met eigenaar

Testonderdeel kennismaking

Een testhelper loopt met uitgestoken hand naar hond en eigenaar toe, begroet de eigenaar. Als de hond niet zelf met de naderende persoon contact maakt, aait deze de hond om de passieve vriendelijkheid te testen. Test niet langer dan 30 seconden laten duren. De testhelper geeft de flexilijn met stevige leren halsband (geen slipketting) aan de eigenaar om de hond om te doen.

Testonderdeel voorwerp 1 (grote lap)

De eigenaar loopt met de hond aan een flexilijn naar de pion die op een afstand van l.5 m voor de prikkel staat. Als hij daar staat, wordt een grote lap b.v. jasschort van grond omhoog getrokken en valt vervolgens weer op de grond. De eigenaar blijft staan om de hond de gelegenheid te geven zelf op onderzoek uit te gaan. Na 10 seconden geeft de testhelper een teken en dan gaat de eigenaar naar het voorwerp toe en lokt de hond, als deze niet zelf komt. Dit mag 10 seconden duren en op teken van de testhelper loopt de eigenaar door naar de volgende pion.

Testonderdeel voorwerp 2 (bewegend vreemd voorwerp)

De eigenaar loopt met de hond aan een flexilijn naar de pion die op een afstand van l.5 m voor de prikkel staat. Als hij daar staat, wordt een groot voorwerp langs getrokken. De eigenaar blijft staan om de hond de gelegenheid te geven zelf op onderzoek uit te gaan. Na 10 sec. geeft de testhelper een teken en dan gaat de eigenaar naar het voorwerp toe en lokt de hond, als deze niet zelf komt. Dit mag 10 seconden duren en op teken van de testhelper loopt de eigenaar door naar de volgende pion.

Testonderdeel geluid 1 (alarmsignaal, toeter)

 De eigenaar loopt met de hond aan een flexilijn naar de pion die op een afstand van l.5 m voor de prikkel staat. Als hij daar staat wordt, gaat gedurende 10 seconden een alarmsignaal. De eigenaar blijft staan om de hond de gelegenheid te geven zelf op onderzoek uit te gaan. Na 10 seconden geeft de testhelper een teken en dan gaat de eigenaar naar het voorwerp toe en lokt de hond, als deze niet zelf komt. Dit mag 10 seconden duren en op teken van de testhelper loopt de eigenaar door naar de volgende pion.

Testonderdeel geluid 2 (harde klap door blikken op metalen ondergrond)

De eigenaar loopt met de hond aan een flexilijn naar de pion die op een afstand van l.5 m voor de prikkel staat. Als hij daar staat, valt een flink blik met kiezels gevuld, op een metalen plaat. De eigenaar blijft staan om de hond de gelegenheid te geven zelf op onderzoek uit te gaan. Na 10 seconden geeft de testhelper een teken en dan gaat de eigenaar naar het voorwerp toe en lokt de hond, als deze niet zelf komt. Dit mag 10 seconden duren en op teken van de testhelper loopt de eigenaar door naar de plaats van het volgende onderdeel.

Testonderdeel insluiting (3 personen)

Hond en eigenaar staan zo voor een muur/afrastering/hek, dat de hond ruimte heeft om achter de eigenaar weg te kruipen. Aan de muur, afrastering of hek zit een daarvoor geschikt bevestigingspunt met daaraan een lijn van 2 m, waaraan de eigenaar de hond vastmaakt.De flexilijn heeft de hond ook aan de halsband. De eigenaar gaat naast de hond staan en neemt de flexilijn in de hand. De extra bevestiging is een veiligheidsmaatregel. Als achtergrond mag geen verstek gebruikt worden, maar alle andere mogelijkheden (houten of stenen muur, katoenen of canvas scherm, afrastering of hek e.d.). De testhelpers gaan op uitgangspunt op een afstand van ongeveer 6 m van de hond staan. Met normale pas (dus niet vertraagd of versneld) wordt de eigenaar en hond door 3 personen ingesloten. De testhelpers zwijgen en kijken naar de hond die zover wordt genaderd dat hij net niet bij de helpers kan komen (het einde van de lijn markeren met een kalkstreep op grond is handig!, anders aangeven met pionnen). De testhelpers blijven 5 seconden staan, doen daarna een pas achteruit. Dan pas draaien zij zich om en lopen in hetzelfde tempo terug. De hond wordt niet aangehaald en de testhelpers blijven zwijgen.

Testonderdeel versnelde insluiting (3 personen)

Direct als de testhelpers weer op het uitgangspunt zijn, gaan ze zwijgend en in looppas op de eigenaar en hond af. Ze kijken de hond aan. De testhelpers sluiten de eigenaar en hond in tot zover dat de hond net niet bij hen kan komen (kalkstreep). De testhelpers blijven 5 seconden staan, doen daarna een pas achteruit. Dan pas draaien zij zich om en lopen in het zelfde tempo terug. De hond wordt niet aangehaald.

B) Testonderdelen zonder eigenaar

De hond wordt vastgemaakt aan een geschikte lijn van 2 m op een plek waarbij hij naar links, rechts en naar achter kan uitwijken. De eigenaar gaat uit zicht (in kantine, achter verstek aan andere kant van het terrein of iets dergelijks). Zorg ervoor, dat de eigenaar de hond kan zien, zonder dat deze de eigenaar ziet! De testhelper gebruikt bescherming bij het aanhalen van de hond bijv. door gebruik van een kunsthand of iets dergelijks (geen pakwerk- of jutmouw).

Testonderdeel passerende hond

De eigenaar van een van de andere te testen honden, of een testhelper met een daarvoor geschikte hond, loopt met een aangelijnde hond van het zelfde geslacht als de te testen hond in de (kijk)richting van de laatste tot de pion op afstand van 2 m van de alleen gelaten hond. Hij blijft 20 seconden staan en gaat weer weg. De geleider zegt niets tegen zijn hond (geen appel).

Testonderdeel vriendelijke benadering

De testhelper loopt op een vriendelijke manier recht op de hond af.

Testonderdeel fixerende benadering

Een andere testhelper als bij vorig onderdeel loopt op een sluipende manier naar de hond toe en kijkt daarbij de hond strak aan. Hij blijft net voor de 2 m cirkel van de hond staan (kalkstreep) en kijkt 20 seconden de hond strak aan (dreigen door fixeren). Als de hond met kop en/of lijf wegdraait, loopt de helper met de hond mee. Na 20 seconden stapt hij naar achter, draait zich om en gaat weg.

 

 

Testonderdeel vriendelijk benaderen na stress

Dezelfde testhelper als bij onderdeel fixerende benadering loopt op een vriendelijke manier recht op de hond af. Hij wacht 10 seconden als de hond zelf geen contact zoekt en probeert hierna de hond te aaien met zichzelf beschermende maatregelen (kunsthand). Hij blijft met zijn lichaam buiten de 2 m lijnafstand van de hond (kalkstreep), stapt naar achter en draait zich om en loopt weg.

Testonderdeel eigenaar met kinderfiguur

De eigenaar wordt teruggeroepen, pakt de pop aan het armpje en loopt met de pop naast zich naar zijn hond en laat zijn hond met de pop kennismaken (20 seconden).

 

 

Termenlijst opgesteld in samenwerking met dr. M. B. H. Schilder en drs. D. J. U. Planta (april 2000)

Angstgerelateerde gedragskarakteriseringen

Gereserveerd/wantrouwen

 hond nadert voorwerp of persoon niet, geen wijken/vluchten ed., geen houdingsverlaging, geen verdere angstsignalen, negeert lokken, geheven voorpoot kan voorkomen.

Ontwijken

hond loopt in een neutrale of hogere houding dan neutraal met boog om prikkel heen of loopt achteruit t.o.v. prikkel, of zonder verdere houdingsverlaging als staart al lager is dan neutraal. Schrikachtig: aantal malen dat de hond een schrikreactie geeft (b.v ineen duiken, wijken, deinzen) gedeeld door het aantal prikkels.

Onzeker

lichte vorm van angst; lichte houdingsverlaging( oren naar achter en/of staart wat verlaagd), geen trillen, geen vluchten. Successievelijk ambivalent gedrag: Bij een constante lagere houding dan neutraal ook wijken of intentie tot naderen. (Indien gereserveerd gescoord zou worden, maar hond wordt niet gelokt dan onzeker, indien nerveus gescoord zou worden, dan onzeker)

Steun zoeken

in een lagere houding dan neutraal: hond kijkt naar geleider, nadert hem, springt tegen hem op (met likbewegingen), stoot de geleider aan met snuit, duwt zijn lijf tegen geleider of gaat vlakbij staan of lopen. Steun zoeken kan ook op een ander persoon/hond gericht zijn.

Dekking zoeken

hond zorgt ervoor dat geleider/voorwerp/ hond tussen hem en de prikkel in staat.

Nerveus

hond vertoont rukkerige kijkbewegingen en/of pupilvergroting en/of spanningssignalen zoals gapen/hijgen/tongelen/janken/krabben en/of orenspel, veel wegkijken kan voorkomen.

Angst

in een lage houding of lagere houding dan neutraal gedrukt lopen en/of weglopen tot de (bijna) maximale afstand t. o. v. de prikkel, kan gepaard gaan met spanningssignalen.

Grote angst

staart tussen de achterpoten (bij honden met hoge staartdracht staart tegen de achterpoten, bij honden zonder staart tevens achterpoten gebogen) en/of vluchten of poging daartoe, eventueel pupilvergroting; kan gepaard gaan met rillen/gapen/bevriezen/wegkijken/ tongelen/bek aflikken/beginnen met hijgen. De hond staat nog net niet op maximale afstand t. o. v. prikkel of is terugroepbaar.

Paniek

vorm van ernstige angst; hond vlucht in een lagere houding dan neutraal en behoudt maximale afstand t. o. v. prikkel of is niet terugroepbaar. Alle andere angstsignalen kunnen worden vertoond, geen herstel.

Herstelvermogen

het vermogen om tijdens of na afloop van een prikkel terug te keren naar zijn oorspronkelijke gedrag en (hogere) houding van voor de toediening van de prikkel. Er zijn 6 mogelijkheden: geheel met steun, geheel zonder steun, gedeeltelijk met steun, gedeeltelijk zonder steun, niet (met of zonder steun)

Agressiegerelateerde gedragskenmerken

Bijtdrempel

de bijtdrempel wordt uitgedrukt in de duur van het dreiggedrag en het aantal keren bijten. Hierbij is de laagste bijtdrempel als de duur van het dreiggedrag kort is en er vaak wordt gebeten (snap, uitval, bijt). Een hoge bijtdrempel wordt weergegeven door een lange duur van het dreiggedrag en weinig keren bijten.

Dreigen

tanden laten zien, grommen, borstelen. fixeren, harde blaf, verstarren, stijve kwispel.

Andere gedragskarakteriseringen

Actief vriendelijk gedrag

hond nadert persoon met kwispelen in een neutrale tot lage houding, snuffelen, eventueel hand likken, eventueel uitnodiging tot spelen, eventueel opspringen (met likbewegingen). Geen agressiesignalen of neiging tot domineren.

Passief vriendelijk gedrag

hond nadert niet zelf, maar accepteert met kwispel na benadering door persoon, aanhalen zonder agressiesignalen of neiging tot domineren.

Gespannen

hond verstrakt, gespannen staart, geheven voorpoot kan voorkomen.

Temperament

de mate waarin de hond levendig en beweeglijk is samen met de snelheid waarmee hij op prikkels reageert.

Neiging tot onderwerping

het op de zij of rug gaan liggen, benadering in een lage kruipende houding, met zwabberkwispel of lage kwispel.

Neiging tot domineren

hond vertoont tegenover geleider, andere personen of soortgenoten spelagressie, opspringen (zonder likbewegingen) omklemmen, bestijgen, markeren, bovenstaan en/of houdingsverhoging naar hoger dan neutraal.

Zeker

samenvattende karakterisering, waarbij de hond reageert op prikkels met neutrale of hogere houding, geen angst- of vluchtgedrag, geen ontwijken, geen gereserveerd/wantrouwen, geen nervositeit, hond vertoont direct na een schrikreactie een volledig herstel zonder steun.

Eigenzinnig/onafhankelijk

de neiging om niet naar de geleider te kijken of contact te zoeken met de geleider.

Nieuwsgierig

hond nadert voorwerp en/of persoon met oren naar voren, echter niet agressief. Voouitsteken van de kop en scheef houden van de kop kan voorkomen.

Oplettendheid

hond let op prikkel d.m.v. kijken, langs kijken, check look, oogwit kijken. Dit kan gepaard gaan met een gedraaid oor in de richting van de prikkel.

Prooigedrag

hond vertoont prooigedrag als hij de prikkel besluipt en/of schudt met het voorwerp. Dit gaat gepaard met een neutrale of lagere houding van de staart.

Contact zoeken

in een neutrale houding: hond kijkt naar geleider, nadert hem, springt tegen hem op (met likbewegingen), stoot de geleider aan met snuit, duwt zijn lijf tegen geleider of gaat vlakbij staan of lopen.

 

Normering agressief bijtgedrag

Alleen in testonderdeel 8 (de hond-hond-confrontatie) is één keer agressief bijtgedrag toegestaan. Onvoldoende beoordeling geschiedt indien de hond agressief bijtgedrag vertoont in andere onderdelen dan het bovengenoemde testonderdeel 8.

 

Normering angst

Bij de testonderdelen in aanwezigheid van de eigenaar ( 1 tot en met 7 en 16) is maximaal 3 keer grote angst toegestaan. Bij deze drie keer grote angst mag maximaal één keer paniek voorkomen bij testonderdeel 1 (kennismaking) of testonderdeel 3 (kat) of testonderdeel 5 (blikken). Bij de testonderdelen in afwezigheid van de eigenaar (8 tot en met 15) is maximaal 7 keer grote angst toegestaan.

Bij deze testonderdelen is één keer paniek toegestaan, mits deze optreedt bij testonderdeel 10 (bel) of testonderdeel 11 (paraplu) of testonderdeel 13 (opdringerige pop).

 

Let op:

Bij de totale test (1 tot en met 16) mag in zijn totaliteit maar 9 keer grote angst optreden, inclusief de genoemde paniekreacties.

Onvoldoende beoordeling geschiedt indien:

  1. de hond meer dan het bovenstaande aantal keren grote angst vertoont bij de testonderdelen met de eigenaar ;
  2. de hond in een ander dan de hierboven genoemde testonderdelen paniek scoort;
  3. de hond meer dan één keer paniek scoort in aanwezigheid van de eigenaar;
  4. de hond meer dan één keer paniek scoort in afwezigheid van de eigenaar;
  5. de hond 3 keer grote angst vertoont bij de testonderdelen in aanwezigheid van de eigenaar en paniek vertoont bij testonderdeel 3 en 5

Per 1 juli 2003 is er een wijziging in de normering van de MAG-test. De normering is als volgt: Er was één keer bijtgedrag toegestaan in de onderdelen 1,8,9 en 11 t/m 16. Dit is nu alleen nog maar toegestaan in onderdeel 8 (hond-hond confrontatie).

 

 

 

De ASTCH organiseert geen MAG test meer. Voor het inschrijven voor de MAG test kunt u terecht bij de Raad van Beheer.

De American Staffordshire Terrier behoort de indruk te geven van grote kracht in verhouding tot zijn grootte. Een hond die stevig in elkaar zit, gespierd maar ook lenig en gracieus is en attent ten opzichte van zijn omgeving. Hij moet geblokt zijn, mag geen lange poten hebben en niet 'racy' in outline zijn. Zijn moed is spreekwoordelijk.